Een steen verlegd

Twee grote ogen kijken me lachend aan. Stoer vind ik haar. Nog maar kort geleden verloor ze haar partner, volkomen onverwacht.

De eerste maanden voelden bijna euforisch, zoveel hulp als ze kreeg. Verliefd, ja verliefd, dát was het woord. Kun je verliefd zijn op iemand die er niet meer is?

Haar net iets te lange pony danst bij iedere oogopslag met haar wimpers mee. Dit is niet haar eerste bezoek aan mij. ‘Het wordt tijd dat ik ga rouwen’, schreef ze. Nu er weer wat meer structuur in haar leven is, wil ze daar de ruimte voor nemen.

Op tafel maakte ze intense reizen. Herinneringen aan hun tijd samen. Zorgen om haar kind. Hoeveel ze daarin van haar partner herkende. Beelden van eerdere verliezen, beelden van een klein meisje in de zandbak…

‘Doe ik het wel goed, dat rouwen?’ vroeg ze me bij het vertrek. ‘Ik huil niet, dat hoort toch zo?’ Af en toe stuurde ze me een mooi lied. ‘Hier dansten we samen op’, schreef ze erbij.

Vandaag ligt ze op haar zij op tafel zodat we haar pijnlijke schouder aandacht kunnen geven. Wat zou deze schouder haar willen zeggen? Ik laat het voorzichtig aan mijn handen wennen. En terwijl ik haar schouder steeds meer in mijn hand voel rusten, masseer ik liefdevol haar rug.

‘Dat deed hij ook’, hoor ik haar zeggen. ‘Precies zo’. We zijn samen even stil. ‘Precies zo’, herhaal ik zacht.

Dan voelt ze dat ik mijn hand warm aan een steen en opent ze haar hand. Ik geef haar de steen. Terwijl ze haar hand sluit, gaan haar herinneringen terug naar een reis, ergens in de natuur, waar ze samen stenen uit een rivier verzamelden.

‘Ik ga de stenen terugbrengen’, hoor ik haar zeggen. Haar ogen kijken me blij aan. ‘Ja, dat ga ik doen. Alleen op pad. Met hem in mijn hart. En de stenen terugleggen in de rivier.’ Liefde zag ik. In die stoere ogen. Trots.

En ik was getuige van de geboorte van een heel mooi afscheidsritueel.

Terug