Nog voor je binnenstapt

“Via via heb ik over je gehoord”, zegt ze.

Dan is het even stil. Ik hoor hoe ze zich vermant en woorden verzamelt die niet makkelijk zijn. “Ik heb een zware tijd achter de rug en wil graag een afspraak maken”, vervolgt ze haar verhaal. Haar stem klinkt breekbaar. “Ja”, zeg ik zacht. Ik vraag niet door. “Je bent welkom.”

“Heel fijn”, zegt ze.

Meer weten we niet. We horen elkaars stem: de klank, de stilte ertussen en dat wat daarin besloten ligt. Ik noteer haar naam, we vinden een datum. Nog voor het gesprek eindigt, is de opluchting al voelbaar. Dat er ruimte is. Dat er welkom is. Dat er bedding wacht voor wat nog ongezegd, maar wel al voelbaar is. Zij daar, ik hier.

En de sessie is al begonnen.

Zo gaat het soms. Dan begint het niet bij binnenkomen, niet bij het op tafel liggen of bij woorden geven aan wat moeilijk is. Maar bij weten dat er een plek bestaat waar je kunt landen. Een plek waar niets hoeft te worden uitgelegd, waar luisteren een andere taal heeft en sterk zijn een andere betekenis krijgt. Waar het tempo daalt nog voor je binnenstapt en waar je lichaam alvast dieper kan zakken omdat iets van binnen herkent: hier mag ik leunen.

Zo begint het. Met een stem en met een ‘ja’. Met de wetenschap dat je welkom bent met alles wat zwaar voelt en nog geen naam heeft. En wanneer je dan komt, mag dat wat zo lang gespannen was heel langzaam verzachten. Hier is ruimte. Hier word je ontvangen. Hier, op de warme tafel en onder mijn warme handen, mag het leven even rusten.

Terug